> start > doof & slechthorend >

DE HAVEN: een antwoord op de ondersteuningsvraag van kinderen met een sensorieel meervoudige beperking

ha·ven (de ~, ~s)
1 natuurlijke of gegraven aanlegplaats voor schepen

Kinderen met een meervoudige beperking zetten net zoals andere kinderen stappen in hun ontwikkeling en hun groei als persoon. Dat verloopt bij hen evenwel minder spontaan of vloeiend, en in een trager tempo. Er is meer ondersteuning van ouders en professionele begeleiders nodig.

Onze deskundigheid is opgebouwd uit het jarenlange werken met deze kinderen en uit een door vorming en opleiding gegroeide kennis. We houden ook contact met collega’s in binnen- en buitenland. Door het dagelijks contact met ouders, het beluisteren van vragen van gebruikers en het samen zoeken naar oplossingen, ontwikkelen we deze deskundigheid verder.

 

De grenzen van een buitengewone wereld

Kinderen met een meervoudige beperking blijven buitengewone kinderen: in hun communicatie, hun functioneren, hun uitingen zijn ze vaak opvallend anders dan andere kinderen. Erkenning en vooral acceptatie hiervan is niet steeds vanzelfsprekend. Denken we maar aan stereotiep gedrag, zelfverwonding of woedebuien.

Gedragsregulerende ondersteuning

Kinderen met een sensorieel meervoudige handicap worden vaak niet begrepen of stuiten op onbegrip van de omgeving. We weten dat dit niet altijd te voorkomen is, zelfs niet door zoveel mogelijk duidelijkheid te scheppen. Medicatie, time-out, fixatie zijn uitzonderlijke middelen die soms nodig zijn om de leefbaarheid van de zorgende omgeving in stand te houden. Buitengewone maatregelen die een tijdelijke of blijvende ondersteuning bieden om agressie of onaangepast gedrag te voorkomen kunnen nodig zijn. Dit gebeurt in voortdurend overleg met de ouders, en de professionele begeleiders de kinderarts en IHP-trajectbegeleidster.

In het KI Spermalie besteden we veel aandacht aan het zoeken naar preventieve oplossingen om agressie te voorkomen. We scheppen een zo veilig mogelijke omgeving en we proberen storende elementen in de omgeving zoveel als mogelijk te beperken. Indien agressie toch voorkomt, wordt dit bekeken in het teamoverleg en overleggen we met ouders en begeleiders over het omgaan met deze agressie.

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Elke opdracht of taak een grote inzet van de kinderen. De spanningsboog mag niet te groot zijn en er moet voldoende afwisseling zijn. Als kinderen vermoeid of overvraagd raken kan dat zich uiten in frustratie of zich terugtrekken in een eigen, gesloten wereld.

We zoeken aansluiting bij de interesses en het ontwikkelingsniveau van de kinderen zodat wat we hen aanbieden hen ook echt aanspreekt. Sfeer opbouwen is daarom ook erg belangrijk.

Omdat kinderen met een meervoudige beperking niet altijd zelf actief contact zoeken is de lichamelijke nabijheid en het kunnen appel doen op een volwassene noodzakelijk (zeker en vast bij doofblinde kinderen). De begeleiders zijn getraind om elk signaal van kinderen te onderkennen, te interpreteren en om er waar mogelijk op in te spelen (responsieve grondhouding) .

Anderzijds zien we de ‘grote wens tot zelfstandigheid en het net als anderen willen zijn’ zich evengoed manifesteert bij veel kinderen met een meervoudige beperking. Ook zij willen geaccepteerd worden en competent zijn. Omdat ze de werkelijkheid niet altijd even goed kunnen inschatten zijn ze kwetsbaar. In die levensfases waarin ze zich bewuster worden van hun eigen mogelijkheden, stelt dit vaak problemen. In zo’n situaties gaan we terug naar vertrouwde en veilige situaties waarin belangrijke gevoelens als verdriet, geluk, liefde, haat, vertrouwen, wantrouwen, eigenwaarde kunnen geuit en onderscheiden worden.

Vrijheidsbeperkende beschermingsmaatregelen

Met sommige kinderen bereiken we de grens van het haalbaren en is het gebruik van fixatie (gordels, onrustvest, polsfixatie enz….) noodzakelijk. Dergelijke maatregelen kunnen dit nodig zijn om kinderen tegen zichzelf te beschermen bij bv. zelfverwondend gedrag of om de veiligheid ’s nachts te garanderen. Voor andere kinderen kan het afbakenen en beperken van de bewegingsvrijheid hen een rustgevoel geven waardoor ze bv. beter inslapen of zich veiliger voelen.

Fixatie wordt enkel na grondig overleg met de ouders aangewend. Fixatie is geen sanctie maar een hulp die we voortdurend evalueren, opvolgen en bijsturen. Bij gebruik van fixatie maken we een apart fixatiehandelingsplan op. De wijze van toepassen staat beschreven in het fixatieprotocol. Fixatie wordt ook steeds gekeurd door de kinderarts en de aanpassingsverantwoordelijke.